29 september 2026

Misschien een beetje afschrikwekkend en veel info, maar op deze afbeelding zie je enkele testresultaten van een eerste fysieke test. In deze post neem ik je mee hoe je de resultaten leest en hoe de data gebruikt wordt voor een op maat trainingsprogramma.
Je ziet vijf redelijk op elkaar lijkende grafieken. Het lezen van de data is voor deze grafieken vergelijkbaar. Ik neem de grafiek linksboven (Knie Flexion - Supine) als voorbeeld:
Titel: Knie Flexion - Supine -> Functie en positie. Dus kniebuiging in ruglig. Dit is een statische kracht test waarbij men voor 3 seconden zoveel mogelijk kracht wil leveren.
Subtitel: De waarde die weergegeven wordt. In dit geval maximale kracht van de linker- en rechterkant. Maar als je in de grafiek rechtsonder kijkt zie je een andere waarde daar staan. RSI (reactive strength index). Dit zegt iets over je reactieve kracht/explosiviteit.
Percentielscore (score van 1-100): Staat boven de grafiek. De persoon die hier is getest scoorde 93e pct, zowel links (blauw) als rechts (oranje) Dat betekent dat maar 7% hoger scoort (Dit is dus een hele goede score). De referentiewaarden komen uit een wereldwijde database en zijn gestandaardiseerd voor geslacht en leeftijd. De grijze balk die je ziet geeft percentiel 25 tot 75 weer (de helft van de populatie). Vaak adviseer ik om te richten op een percentielscore boven 50. Let hierbij wel op dat het niet gestandaardiseerd is op lichaamsgewicht.
Gemeten waarde: Aan de linkerkant van de grafiek zie je de absolute piek kracht in Newton.
Asymmetrie: Linksonder zie je de asymmetrie score. In dit geval is links 0,4% sterker. Het verschil is hierbij nihil. Verschillen boven 10% = oranje zone en verschillen boven de 20% = rode zone. De rode zone heeft hierbij prioriteit. Een groot krachtsverschil geeft een verhoogde kans op blessures.
Met de testen kan je ook spierratio’s in kaart brengen. Bijvoorbeeld hamstring/quadriceps ratio en ook de heup ratio (adductie:abductie). De laatst benoemde staat in het tegeltje rechtsboven. Hier zoem ik even kort op in. De normwaardes geven aan dat de spierratio het beste tussen 0,9 en 1,1 kan zitten. En ze variëren per sport. Bij voetballers zie je dat de adductoren gemiddeld sterker zijn (waarschijnlijk door herhaaldelijk schieten en langere sprints) en bij basketballers zie je dat de abductoren gemiddeld sterker zijn (veel zijwaartse stappen). De persoon die hier is getest heeft dominante adductoren en zou daarom wat meer zijn abductoren moeten trainen.
In de afbeelding zie je slechts enkele testen. Een volledig testmoment bestaat uit 15+ testen (afhankelijk van je sport en doelstellingen). Ik vertaal voor jou de data naar een op maat gemaakt trainingsplan. Hierbij kijk ik onder andere naar de algemene kracht, links/rechts verschillen, functionaliteit, mobiliteit en explosiviteit.
Wil jij trainen op basis van data? Stuur me dan een berichtje voor een gratis intakegesprek.
Services
Testing
Coaching
Retesting
Company
About
Pricing
Contact
Resources
Blog
FAQ
Data Athletes